Datum: 2005
Bron: Recherche Magazine
DIGITALE CRIMINALITEIT
tekst Pascal Hetzscholdt, beleidsadviseur Digitale Opsporing KLPD/DNRI
In een serie van drie artikelen belicht Pascal Hetzscholdt, beleidsadviseur Digitale Opsporing van het KLPD, het fenomeen high tech crime. Dit eerste deel licht toe wat high tech crime precies is. In deel 2 worden de problemen bij het bestrijden van de criminaliteitsvorm beschreven. Het laatste deel handelt over het High Tech Crime Center van het KLPD, dat de strijd heeft aangebonden met high tech-criminaliteit.
Lacune in criminaliteitsbestrijding
In het digitale tijdperk maken ook criminelen steeds meer gebruik van informatie- en communicatietechnologie. In internationaal verband noemen we deze vorm van criminaliteit high tech crime. Voor politie en justitie is het moeilijk om high tech crime-incidenten op de juiste waarde in te schatten.
Ons leven is ‘verdigitaliseerd’. Meer en meer maken we gebruik van technische hulpmiddelen bij het wonen, werken en recreëren. In de praktijk gaat het om digitale communicatie, het digitaal verzamelen van informatie, maar ook om planning en coördinatie met digitale hulpmiddelen. Het is logisch dat ook terroristen en criminelen gebruikmaken van de gemakken van de digitale techniek. Ook zijn computers en computernetwerken een aantrekkelijk doelwit voor kwaadwillenden die zich bezighouden met bijvoorbeeld spionage, vandalisme, sabotagepraktijken of afpersing.
Deze misdaden verricht met of gericht tegen informatie- en communicatietechnologie (ICT) worden in internationaal verband high tech crime genoemd.
High tech-criminaliteit is inderdaad geen nieuwe criminaliteitsvorm, geen apart resultaatgebied zoals drugs, fraude, mensenhandel, milieucriminaliteit, et cetera. Bij high tech crime gaat het erom dat informatie- en communicatietechnologie (ICT) de criminele activiteit in haar essentie faciliteert, vergemakkelijkt of zelfs maskeert. Het kan om allerlei soorten criminaliteit gaan.
Wanneer we de opsomming in het kader op de volgende pagina goed bestuderen, dan zien we dat de criminele activiteiten in het overzicht in de kern niet verschillen van wat we noemen ‘traditionele criminaliteit’. Diefstal blijft diefstal, fraude blijft fraude en drugshandel blijft drugshandel, ook al gebruiken criminelen ICT meer en meer voor dit soort activiteiten. Oude wijn in nieuwe zakken dus. Desondanks lijken politie en justitie toch erg veel moeite te hebben met het oppakken of aanpakken van met ICT doorspekte zaken.
Slachtoffers van high tech-criminaliteit merken dit maar al te goed. Zij ervaren bij het doen van aangifte dat de politie erg veel moeite heeft met bijvoorbeeld het opnemen en verwerken van de technische aspecten van het incident. Ook is het voor politie en justitie nog steeds moeilijk om high tech crime-incidenten op de juiste waarde te bepalen waar het gaat om impact op slachtoffers en samenleving of de precieze omvang van de schade.
Soms is het zelfs zo dat slachtoffers aangifte proberen te doen van een incident dat zich op datzelfde moment manifesteert. Men verwacht dan realtime en onmiddellijk optreden van de politie om de ongewenste high tech crime-activiteit te stoppen. Dat terwijl het vangen van een boef en het stoppen van een lopende aanval op computersystemen - waar diezelfde boef mogelijk voor verantwoordelijk is - vaak twee heel verschillende dingen zijn.
Het wordt nog ingewikkelder als het incident zich op internationaal niveau afspeelt. Dan blijkt vaak dat er weinig coördinatie is en veel onduidelijkheid bestaat over de rolverdeling bij de internationale bestrijding van deze vorm van misdaad. Ook hier is een goed verloop van het opsporingsproces afhankelijk van de gebruikelijke ‘bilateraaltjes’. Zowel voor politie als slachtoffers is het moeilijk de juiste wegen te vinden bij de aanpak van dit probleem.
Over slachtoffers gesproken; heb vooral niet de indruk dat alleen de thuisgebruiker last heeft van high tech-criminaliteit. Ook belangrijke sectoren als de luchtvaartsector, de financiële sector, de overheid, de chemische industrie, de transportsector, de gezondheidszorg en het MKB (Midden- en Kleinbedrijf) zien zich geconfronteerd met een toename van incidenten die hun oorsprong kennen in de meest afgelegen contreien.
Adequaat
Het lijkt er dus op dat de combinatie van technische complexiteit, het internationale karakter, de snelheid, de diversiteit en de veelvuldigheid van sommige vormen van high tech-criminaliteit maakt dat het opsporings- en vervolgingsapparaat niet zo adequaat kan reageren als het eigenlijk zou willen of - volgens delen van onze samenleving - zou moeten.
Er is geprobeerd om te onderzoeken hoe groot het probleem van high tech-criminaliteit precies is. In welke mate is er mogelijk een lacune in de criminaliteitsbestrijding doordat er - bewust of onbewust - geen aandacht aan wordt besteed of kan worden besteed, door bijvoorbeeld gebrek aan kennis en kunde? Deze pogingen waren tevergeefs, omdat er binnen het opsporingsapparaat niet of nauwelijks registratiesystemen blijken te zijn die de mogelijkheid bieden om relevante ICT-aspecten bij een crimineel incident vast te leggen - als high tech-criminaliteit al wordt vast gelegd.
We weten dus niet wat de omvang is van het probleem, of veel criminelen dankzij ICT de dans ontspringen en wat de rol en invloed van ICT op criminaliteit nu precies is. Op die manier is het tevens erg moeilijk om te bepalen hoe de criminaliteitsbestrijders zich het beste zouden kunnen voorbereiden en uitrusten bij de aanpak van high tech-criminaliteit.
Om toch een beeld te krijgen hebben politie en justitie bij meerdere gelegenheden zo goed en zo kwaad als het kan, gebruikgemaakt van informatie van individuele digitale speurneuzen binnen overheid en commerciële instellingen, berichtgeving in de media en de verhalen van diverse slachtoffers van high tech crime. Een voorbeeld hiervan vindt men terug in het Nationaal Dreigingsbeeld van de dienst Nationale Recherche Informatie (DNRI) van het Korps landelijke politiediensten (KLPD). Daarin wordt een en ander uiteengezet over de rol van ICT-gebruik bij zware en georganiseerde criminaliteit.
Desondanks blijft high tech crime vooralsnog een witte vlek als het gaat om gegevens omtrent de omvang van het probleem. Dit is iets wat we ons volgens mij niet kunnen veroorloven in onze digitale samenleving, met een toenemende digitale overheid. Landelijk gezien is de criminaliteit afgenomen. We moeten ons echter afvragen of die claim de fysieke of digitale criminaliteit behelst?
In het volgende nummer zal ik beschrijven hoe ik denk dat we als politie en justitie in de enigszins problematische situatie terecht zijn gekomen dat we dikwijls alleen nog maar de ‘oude wijn’ zien zolang ze maar niet in ‘nieuwe zakken’ zit.
Misdaad en ICT
Hieronder is een lijst met vormen van high tech crime. Onder deze criminaliteit verstaan we misdaden die zijn verricht met, of gericht tegen informatie en communicatietechnologie (ICT).
Categorie A: Misdaden met ICT als doelwit
| 1. | Aanvallen op computer- of informatiesystemen (denial of service-aanvallen) of opvitale informatieinfrastructuren van logistieke knooppunten. Deze aanvallen kunnen leiden tot uitschakeling van de voorzieningen die gebruik maken van de computer- of informatiesystemen; |
| 2. | Inbraak in computer- of informatiesystemen of in computerprogramma’s (hacking/cracking); |
| 3. | Vernieling/wijziging/verwijdering van informatie in computersystemen (virussen en Trojans) of informatie op internet (defacing) |
Categorie B: Misdaden verricht met behulp van ICT
| 4. | Terrorisme: voorbeelden: online verdachte financiële transacties; propaganda;rekrutering; communicatie; bedreigingen; online beschikbaar zijn van gevoelige of vertrouwelijke informatie, eventueel bruikbaar voor terreuractiviteiten; |
| 5. | Spionageactiviteiten: gegevens van computergebruikers onderscheppen met behulp van ogenschijnlijk onschuldige software applicaties (spyware) waarmee men de gebruiker ongemerkt kan afluisteren of bespioneren; |
| 6. | Fraude op internetwinkels, veiling- of verkoopsites; |
| 7. | Fraude met internetbetalingen (bancaire transacties, ‘phishing’); |
| 8. | Fraude met inbelnummers (0900-fraude, autodialers); |
| 9. | Handelen met voorkennis door afspraken te maken met gebruik van besloten online chatsites, discussieruimten. Gebruik van online discussieruimten voor criminele activiteiten / communicatie door criminele organisaties; |
| 10. | Verzoek tot het verrichten van dubieuze investeringen of betalingen (advance fee fraud, Nigerian scams, lottery scams); |
| 11. | Merkvervalsing op het internet; software piraterij; kopiëren en illegaal uitwisselen en verkopen van films, muziek etcetera; |
| 12. | Bedreiging, chantage, afpersing en stalking via het internet of met behulp van GPS-systemen; |
| 13. | Drugshandel op of via het internet (online-verkooppunten); |
| 14. | Illegale handel in geneesmiddelen op of via het internet; |
| 15. | Illegale kansspelen op het internet; |
| 16. | Kinderpornografische afbeeldingen op het internet of het lokken van kinderen via chatsites (grooming); |
| 17. | Racisme, discriminatie, smaad en laster op of via het internet; |
| 18. | Diefstal en misbruik van (online) persoonsgegevens of profielen; |
| 19. | Illegaal kopiëren van betaalpassen, toegangspassen of online- betaalkaartgegevens (skimming). |
Problemen bij de aanpak
De karaktereigenschappen van high tech-criminaliteit, misdaden met of tegen ICT, plaatsen politie en justitie voor grote problemen. Bij de aanpak van high tech crime verloopt het aangifteproces moeizaam, krijgen de zaken soms ten onrechte geen prioriteit en is het belang van ingrijpen niet altijd helder.
Informatie- en communicatietechnologie maakt ons leven gemakkelijker waar het gaat om informatie-uitwisseling en zakendoen, maar ingewikkelder waar het gaat om veiligheid, beveiliging, criminaliteits- en terrorismebestrijding. Die complexiteit begint bij het doen van aangifte. Aangevers van high tech-criminaliteit ontmoeten vaak politiecollega's die weinig kennis hebben van techniek of die de technisch complexe aspecten van een zaak niet kwijt kunnen in registratiesystemen. Ook sturen ze aangevers soms onverrichter zake naar huis, omdat zij ervan uitgaan dat er waarschijnlijk niets gaat gebeuren met de aangifte.
Hierdoor is bij aangevers en melders het idee ontstaan dat - als het aangifteproces al niet goed verloopt - de politie vast niet in staat zal zijn om high tech-criminaliteit überhaupt te bestrijden. Dit ontmoedigt het doen van aangifte. Daar staat tegenover dat collega's aan de balie vaak ook echt niet weten wie de high tech-criminaliteit-zaken na aangifte goed zou kunnen wegen en behandelen.
Wordt er wel aangifte opgenomen dan komt de zaak terecht in het rechercheproces. De rechercheprocessen zijn echter in beginsel reactief. Dat maakt de kans aanzienlijk kleiner dat er digitale speurneuzen in actie komen op het moment van aangifte, of bij zaken die zich in de toekomst kunnen openbaren. In de recherchepraktijk moet men namelijk eerst in staat zijn om een zaak goed te kunnen wegen, alvorens een besluit valt om tot actie over te gaan. De opsporingscapaciteit is immers schaars.
De kans op behandeling van de aangifte wordt ook verkleind door de vaak lage individuele schadeposten
Oplossing
De weging van een zaak gebeurt vaak in overleg met het Openbaar Ministerie (OM). Helaas passeren high techcriminaliteit-zaken vaker niet dan wel een dergelijke case-screening. Hiervoor zijn verschillende redenen aan te voeren. Het kan zijn dat de beoordelaars niet over ICT-kennis beschikken. Ook is gebleken dat het niet direct voorhanden hebben van een pasklare oplossing eveneens een factor kan zijn.
In het laatste geval bestaat de vrees voor een langdurig en ingewikkeld technisch onderzoek naar een vaak evenzo ingewikkeld ICT-incident - waarbij uitkomst en rendement dikwijls onzeker zijn. De kans op behandeling van de aangifte wordt ook verkleind door de vaak lage individuele schadeposten, bijvoorbeeld in het geval van het ontfutselen van gegevens van internetbankieren door internetcriminelen of andere vormen van internetfraude waar in beginsel slechts individuele burgers door getroffen worden.
Veelal wordt door de politie aan slachtoffers van high tech-criminaliteit duidelijk gemaakt dat aan deze vorm van misdaad geen prioriteit wordt gegeven. Wanneer men onderzoekt wat hiervoor de argumenten zijn, doemt vaak de vraag op of high tech-criminaliteit wel zo'n groot probleem vormt dat er reden is om er prioriteit aan te geven.
Hier ontstaat een vicieuze cirkel: zolang er niet of niet op de juiste wijze aangiften worden opgenomen van high tech-criminaliteit, zullen we ook nooit precies kunnen aangeven wat, hoe groot en hoe nijpend de problematiek is. En dus zal het ook geen prioriteit krijgen. Daardoor kan er weer geen diepgaand onderzoek naar worden gedaan. Ook laat high tech-criminaliteit zich soms moeilijk etiketteren. Een crimineel kan zich vandaag bezighouden met online nep-loterijen, hij kan morgen aan het vissen zijn naar iemands internetbankiergegevens en volgende week een illegaal online casino runnen. Misschien perst hij juist anderen af door te dreigen online voorzieningen plat te leggen?
Dankzij ICT is hij hiertoe allemaal in staat, met behulp van telkens dezelfde computersystemen vanuit dezelfde locatie (waar ook ter wereld en relatief afgeschermd voor politie en justitie). Bijvoorbeeld door snel en continu te wisselen van virtuele identiteit. Aangevers kunnen soms verschillende verwachtingen hebben van de effectiviteit of de mogelijke resultaten van een politieoptreden. Zo is er lang niet altijd de wens dat de high tech-crimineel wordt opgepakt. Even belangrijk is dat de criminele activiteit wordt gestaakt. Dankzij ICT zijn dat tegenwoordig verschillende zaken: de veroorzaker kan namelijk achter slot en grendel worden gezet, terwijl de criminele activiteit in de digitale omgeving gewoon doorgang vindt.
Lang leve de automatisering. Soms wordt gehoopt dat - zoals dit ook in de fysieke omgevingen het geval is - de politie kan bijdragen aan een permanente verhoogde veiligheid van digitale omgevingen. De vraag is natuurlijk of de recherche soelaas kan bieden in die gevallen waarin de openbare orde en veiligheid in fysieke omgevingen enkel kan worden gewaarborgd door te zorgen voor openbare orde en veiligheid in digitale omgevingen.
De beste werkwijze bij ICT-incidenten is om zo snel mogelijk alle relevante online-informatie veilig te stellen op een voor de rechercheur verantwoorde (lees anonieme) wijze. Dit druist in tegen de huidige werkprocessen van recherche en Openbaar Ministerie (OM), waarbij eerst eens goed overlegd dient te worden of en hoe er geacteerd moet worden met betrekking tot een specifieke zaak. Capaciteit is te kostbaar en te schaars om zomaar aan ieder incident aandacht te besteden, high tech van aard of niet.
De samenleving verwacht onmiddellijk optreden bij high tech-criminaliteit-incidenten. Ook het voorkomen en tegenhouden van high tech-criminaliteit en zorg dragen voor openbare orde en veiligheid in digitale omgevingen is van belang. Dit vanwege de weerslag op de fysieke openbare orde en veiligheid.
Kraag
Deze situatie zorgt ervoor dat veel zaken waarbij de schade, impact en oorzaak door technisch complexe aspecten niet meteen duidelijk is, bij voorbaat kansloos zijn. Tegen de tijd dat de kogel door de kerk is met de inzet van recherchecapaciteit, is de digitale vogel in veel gevallen al gevlogen. Of de sporen die hij heeft achtergelaten zijn niet meer te vinden. In andere gevallen betekent elk extra uitstel naar aanleiding van overleg een continuering van de ongewenste en doorgaans schadelijke en kostbare high tech-criminaliteit-activiteit.
Soms heerst de angst dat we straks allemaal achter computers zitten. Niets is minder waar. Het in de kraag grijpen van een crimineel zal altijd nodig blijven. Maar we zullen moeten accepteren dat we steeds vaker het virtuele domein in moeten duiken om misstanden in die omgeving - maar ook in de fysieke omgeving - goed aan te kunnen pakken. Het is een kostbare vergissing om expertise op het gebied van de digitale opsporing alleen te zien als handige ondersteuning.
Zowel bij de recherche als bij de 'blauwe' diensten is digitale expertise een cruciale factor bij het vergaren van kennis over zowel criminaliteitsbestrijding, als over nieuwe trends en ontwikkelingen in criminaliteit. Wat dat betreft is ook het steevast gehanteerde onderscheid tussen tactiek en techniek dodelijk voor een goede aanpak van high tech-criminaliteit: de importantie van de invloed van ICT moet zich duidelijk vertalen in alle (tactische) processen: van prioritering en weging tot opsporing en doorzoeking.
Dit kan niet alleen het geval zijn voor traditionele vormen van criminaliteit die mogelijk met behulp van ICT gepleegd zijn. Men moet ook de uitdaging aangaan om internationale high tech-criminaliteit-incidenten aan te pakken die gepleegd zijn met behulp van technologie, die tevens gericht zijn tegen technologie én die zich afspelen in technologische omgevingen.
Stap 1:
Durf high tech-criminaliteit te benoemen, te onderscheiden en te onderzoeken!
Ga na in hoeverre ICT van invloed is op uw taken en verantwoordelijkheden. Is er al sprake van ‘verdigitalisering’ van de specifieke criminaliteitsvormen die u dient te bestrijden?
Zo, ja heeft u voldoende tijd, capaciteit, mensen en middelen om die digitale equivalenten te lijf te gaan?
Wordt uw werk bemoeilijkt doordat criminelen hun activiteiten vaker online of met computers plegen?
Zijn er in uw werkomgeving al afspraken gemaakt over veilige en verantwoorde online-criminaliteitsbestrijding?
Zijn uw collega’s in de rest van Nederland op de hoogte van de wijze waarop u met misdaden met en/of tegen ICT om gaat?
Weet u waar u terecht kunt voor specialistische ondersteuning bij high tech-criminaliteit incidenten of weten collega’s elders dat zij terecht kunnen bij u?
Stap 2:
Geef vorm aan een zichtbaar, bereikbaar, betrouwbaar en laagdrempelig ‘intakeproces’ voor high tech-criminaliteit.
Slachtoffers hebben dringend behoefte aan serieuze en kundige begeleiding bij het doen van aangifte van high tech-criminaliteit. Tegelijkertijd willen politie en justitie graag weten hoe groot de aard en omvang van ICT-criminaliteit precies is.
Denk daarom na over het aanwijzen van collega’s - die beschikken over inhoudelijke ICT-kennis - als vaste en daarmee vertrouwde aanspreekpunten voor aangevers van high tech-criminaliteit.
Verder kunnen geautomatiseerde voorzieningen zoals speciale online-meldpunten en digitale vragenformulieren - om alle technische (en vaak specialistische) gegevens zo goed mogelijk te kunnen registreren - goede hulpmiddelen zijn bij de intake.
Stap 3:
Betrek digitale experts bij het wegen van zaken, de ‘case screening’.
Digitale experts kunnen u niet alleen op de hoogte stellen van hoe een zaak vanuit technisch oogpunt aangepakt zou kunnen worden, maar ze kunnen u ook helpen bij het juist schatten
van de geleden schade, het verkrijgen van een beeld waar daders of veroorzakers gezocht moeten worden, de impact die voortduring of herhaling van een incident kan hebben op
de samenleving en tenslotte de eventuele gevolgen van high tech-criminaliteit-incidenten in relatie tot vitale informatie- infrastructuren van overheden, banken, bedrijven en logistieke knooppunten.
Bij voortdurende delicten kunnen zij eventueel ook verantwoordelijk worden gemaakt voor de periodieke communicatie naar de slachtoffers en het uitbrengen van adviezen of waarschuwingen aan derden. Ook op de digitale snelweg kunnen gemakkelijk kettingbotsingen voorkomen.
Stap 4:
Stel uzelf op de hoogte van de wijze waarop ICT een rol speelt bij de bestrijding van criminele en terroristische activiteiten.
Welke high tech-snufjes en slimmigheidjes kan en mag de politie inzetten bij haar taken?
Welke informatie kan er allemaal gevonden worden op internet of op in beslaggenomen informatiedragers?
Wat is de snelste en veiligste manier om online of offline naar digitale gegevens te zoeken?
Welke gegevens zijn relevant voor een opsporingsonderzoek?
Kan en mag de politiehigh tech-criminelen met hun eigen digitale wapens bestrijden?
Wat kan de politie concreet doen ter voorkoming van ICT-criminaliteit of aan terroristen die het internet gebruiken voor communicatie, informatie-uitwisseling en informatie-inwinning, financiële transacties, planning, training, rekrutering, fondsenwerving, propaganda en bedreigingen?
Stap 5:
Ga na welke impact, schade en kettingreacties misdaden met en/of tegen ICT tot gevolg kunnen hebben en hoe dit voorkomen kan worden.
In de praktijk heeft high tech-criminaliteit voor slachtoffers gevolgen, zoals financiële schade, risico’s en schade door uitval van ICT-systemen, maar ook immateriële schade zoals schade
aan het imago. Het is raadzaam om vanuit overheidszijde veel aandacht te besteden aan de gevolgen voor de samenleving, wanneer ICT-voorzieningen ingezet dan wel gecompromitteerd
worden of zelfs uitvallen door toedoen van kwaadwillenden.
Ook is het van belang te weten welke kansen we nu al aan criminelen en terroristen bieden en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. Hoe gaan we op dit moment om met mogelijk gevoelige informatie op interne of externe informatiesystemen: overheidswebsites, discussiefora, uitspraken in chatrooms of onversleutelde documenten via de e-mail?
Willen we dat de (gescreende?) systeembeheerder overal bij kan? Welke mogelijkheden worden er nu onbedoeld geboden voor digitale contra-observatie? Wat zijn de voorschriften voor overheidspersoneel dat in het bezit is van digitale alleskunnertjes of de beschikking heeft over draadloos internet op de (thuis)werkplek?
Stap 6:
Doe aan verwachtingenmanagement.
Met zo’n 200 digitale experts op 50.000 politiemensen is het geen goed idee om valse beloften te doen aan aangevers. Geef in ieder geval wel aan dat we waarde hechten aan de verstrekte informatie over het incident. Licht ze goed voor over de (on)mogelijkheden die er zijn, en wijs zowel aangevers als uw directe omgeving op het bestaan van de verschillende partijen die hard werken aan de bestrijding van high tech-criminaliteit:
het Landelijk Project Digitale Opsporing,
het Nederlands Forensisch Instituut (NFI),
het Team Digitale Expertise van de Nationale Recherche,
de verschillende Bureaus Digitale Expertise of Digitale Opsporing en de verschillende Bijzondere Opsporingsdiensten.
‘New kid on the block’ is ten eerste het NPC Project Aanpak Cybercrime (NPAC) van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing.
Ook is er het project high tech-criminaliteit van de ministeries van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Economische Zaken (EZ) en Justitie in samenwerking met het Korps landelijke politiediensten (KLPD).
Het NPAC is een strategisch traject met als doel de inventarisatie van de in bedrijfsprocessen (bij de overheid en het bedrijfsleven) gevoelde knelpunten, de geleden schade en de betrokken partijen op het terrein van cybercrime. Het NPAC zal concrete oplossingsrichtingen aandragen - zowel preventief als repressief - op basis waarvan door de diverse betrokkenen, individueel en in samenwerking, concrete stappen kunnen worden genomen.
Het project High Tech Crimemet haar projectorganisatie het National High Tech Crime Center(NHTCC) is als uitvoerende projectorganisatie een van die betrokkenen. Zij houdt zich bezig met onderzoek naar de intake van high tech-criminaliteit, analyse van misdaden met en/of tegen ICT en de gevaren die door crimineel of terroristisch ICT-gebruik of misbruik ontstaan voor vitale informatie-infrastructuren, zoals die van de financiële sector of de luchthaven Schiphol. Zij adviseert de overheid in dit soort kwesties.
Stap 7:
Begin na te denken over of bereid u voor op daadwerkelijke (pro)actieve surveillance en monitoring van voor de samenleving vitale informatie-infrastructuren.
De digitalisering van de samenleving, de misdaad en dus ook het werk van politie en justitie, is onomkeerbaar. De inzet van digitale expertise in reactieve zin en enkel ter ondersteuning van het tactisch proces is niet meer voldoende.
Van de politie wordt in toenemende mate verwacht dat ze structureel zorg draagt voor openbare orde en veiligheid in virtuele omgevingen, omdat het disfunctioneren van die omgevingen een directe negatieve impact heeft op de fysieke omgevingen. Ga daarom nu al goede samenwerkingsverbanden aan met de partijen die verantwoordelijk zijn voor belangrijke ICT-infrastructuren (of het nu lokaal, nationaal of internationaal is).
Zorg ook voor een actieplan en procedures ter voorkoming of ter bestrijding van digitale calamiteiten die levensbedreigende situaties kunnen opleveren. Laten we zorgen dat we straks daadwerkelijk kunnen spreken van een permanente aanwezigheid van digitaal blauwop de digitale snelweg, inclusief ‘surveillance’, ‘flitspalen’ en ‘verkeerscontroles’ en misschien nog wel meer...
Voor meer informatie: Pascal Hetzscholdt, beleidsadviseur Digitale Opsporing KLPD/DNRI, High Tech Crime Center KLPD, telefoon 020 - 316 4100, e-mail pascalhetzscholdt@nhtcc.nl.